Op Klara, in het cultuurprogramma Babel, mocht ik in een kleine minuut uitleggen wat ik voelde bij de opname van zeven gedichten in de nieuwe bloemlezing die Gerrit Komrij samenstelde over de 21ste eeuw. Die komt vandaag uit. Vanzelfsprekend staan in de Jonge Komrij een heleboel dichters in met erg goede gedichten, namelijk 185 gedichten en een een stuk minder dichters.
De redactie van Klara sprak over zeven gedichten van mij die zijn opgenomen, van de drie uit ‘Het abattoir van het afscheid’ wist ik al. De eenvoudige rekensom leert mij dat de resterende vier uit Tumult zijn geplukt. In die kleine minuut mocht ik uitleggen wat ik voelde bij die eer, om daarna een gedicht voor te lezen. Het voorgesprek met de redactie stuurde me lichtjes naar het gedicht ‘Troost’, wat ik na hun suggestie dan ook voorlas.
Toen ik dat telefoontje kreeg zat ik in de Muze met een vriendin die me nauw aan het hart ligt, en wie net een leesteken tussen de schouderbladen op haar rug had laten tatoeëren. De Muze is een jazz-kroeg die onder zijn klandizie de mannen met de te grote zwarte brilmonturen en grijze regenjassen kan rekenen.
Of dat pijn deed, vroeg ik. Zo’n tatoeage. Zelf ben ik namelijk ook van zin ooit mijn lichaam op die manier te laten verminken, maar wanneer en wat weet ik nog niet.
‘Het brandt,’ zei ze. ‘Het brandt op de manier dat sigarettenpeuken in je vel branden.’ En: ‘Het is geen warme knuffel, je laten tatoeëren.’
Maar het telefoontje van de redactie van Klara onderbrak ons onderonsje waarna ik op zoek moest naar een vaste telefoonlijn en een exemplaar van Tumult om uit voor te dragen. Ik vond nog een laatste exemplaar in de beste boekhandel van Antwerpen, de Groene Waterman, maar de bundel zag er zo uit:

Zonder sticker op. Zonder titel. Helemaal niets. Ik mocht het met fikse korting hebben, maar ook dan is het iets wat je nooit moet doen. Je eigen boek in de boekhandel gaan kopen.
Toen ik aan een vaste telefoonlijn in In ‘t Profijtelijk Boeksken zat te wachten op Heidi, die het programma presenteerde, kwam ik met de verkoper overeen dat ik de misdruk daar achter zou laten. Ik plaatste er wat franjes bij, signeerde het, waarna de verkoper het in de etalage plaatste met een prijskaartje aan. Daar is het nu te koop voor een buitensporig bedrag. Zodat het niet direct de etalage verlaat.


Het interview in Babel op Klara is herbeluisterbaar op de gloednieuwe cultuurwebsite van de VRT Cobra.be, u kan hier klikken >>
De Nederlandse dichter, prozaïst, vertaler, polemist en essayist Gerrit Komrij komt met een nieuwe poëziebloemlezing.
“Kunnen dichters alleen in hun gedichten wonen? Wie de Nederlandse poëzie overziet constateert dat er juist veel gereisd wordt, zowel naar verre bestemmingen als door de eigen woonplaats. ‘Stad en land’ – onder dit motto stelden Tjitske Jansen en Victor Schiferli de nieuwe Dagkalender van de poëzie samen. 

Afgelopen vrijdag stond in de Nederlandse krant NRC.Next een groot interview over de Eenzame Uitvaart, de dood, het schrijven en de onrust. Ernaast werd een paginagrote foto afgedrukt die deze week nog door twee leuke fotografen uit Amsterdam is genomen op de begraafplaats Schoonselhof. Het regende zachtjes en ik stond net voor het graf van ‘een onbekende militair’. Ik houd wel van de uniformiteit van de militaire perken, hoe ze in de dood allemaal gelijk worden, ongeacht rang of titel. Het is de eerste maal dat ik, voor mijn doen, erg persoonlijk word in een interview. Dat kan aan de drank die er tijdens het gesprek vloeide te wijten zijn, of het talent van de charmante Fanny van de Reijt. Er werd mij ook gevraagd een soort agenda te maken van één week om bij het interview af te drukken. Dat werd de week van Koningsblauw. Hieronder kan u het interview nalezen. 

