Ik ben al niet zo goed met fotografen. Ze laten je gekunstelde houdingen aannemen waarvan je niet wist dat je ze had. Circuskunsten, apentrekken, gymnastiekbewegingen. Ze vragen om naar dààr te kijken, of naar hìer, maar waar dat is weet je nooit. Je voeten staan altijd te recht, je handen te krom, je moet lachen maar niet teveel, kijk niet recht maar doe het schuin. Pasfoto’s zijn al een huzarenklus, al gaat het dan nog maar om postzegelformaat. “Het artikel is 20% tekst en 80% foto,” zeiden ze; “de fotograaf komt morgen langs.” De plaats van afspraak was Berchem Station, en op bus 32 ernaartoe, zag je het landschap wit verzilverd liggen, na zeven dagen ijstijd. -7°C was het, en erg warm krijg je het niet van poseren. Naast de Singel ligt er een bosje, een schimmelstrook groen, een soort buffer voor de autosnelweg. Van daaruit hoor je de auto’s op de snelweg razen, maar in het bos was het rustig. Alle mussen waren dood en de vijvervissen zaten onder een laag ijs. Wat verderop was een meisje de sneeuw aan het fotograferen. Ik vermoedde dat ze erg op de kadrering lette, anders zouden de foto’s maar gewoontjes uitvallen, en erg wit. Lees verder »