Maarten Inghels

is dichter, schrijver en coördinator van de Eenzame Uitvaart te Antwerpen.

Inghels (Borgerhout, °1988) schreef poëzie, columns en kortverhalen voor diverse literaire tijdschriften en magazines en treedt regelmatig op met eigen werk (o.a. Koningsblauw, De Nacht van de Poëzie, Crossing Border en Wintertuin). Verschillende gedichten werden al naar het Engels vertaald.

Eind 2008 verscheen zijn debuutbundel Tumult als zeventiende deeltje in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De recensies stapelden zich op: “een moment van klaarheid” volgens HUMO, “een belofte” volgens De Morgen of zoals Cutting Edge het stelde: “Tumult' is zelden een aangenaam geluid, maar Inghels heeft het klaargespeeld.”

Hij is coördinator van de Eenzame Uitvaart in Antwerpen en schrijft columns voor het universiteitsmagazine Dwars van de Universiteit Antwerpen.
Zijn tweede dichtbundel 'Waakzaam' verscheen in maart 2011 bij De Bezige Bij Antwerpen en kaart de impasse aan; in kritische verzen stelt hij vragen bij de revoluties, onze sloganeske identiteitscrisis en de frivoliteitscultuur. Ook trad Inghels sinds de editie van 2010 al twee maal als curator op voor het internationale Felix Poetry Festival in Antwerpen. (Foto: Koen Broos)

‘In de bladstille Vlaamse letteren de meest opmerkelijke debutant sinds jaren.’ Humo

"Inghels weet precies zijn vingers op de zwerende plekken van onze maatschappij te leggen. Vlammende betogen, prozagedichten waarbij je moet happen naar adem, die je doen knikken en instemmen. Die je tegelijk een ongemakkelijk gevoel geven. Die je een beetje beschaamd doen grinniken." Passionate Magazine
 

De Venijnboom, De Brakke Hond

on October 17, 2011in Publicatie.

Op 24 september werd het Stadsgedicht van Peter Holvoet-Hanssen ‘De Vertelboom en de 10 takken van verwondering’ in het Paleis op de Meir voorgesteld. Daarenboven werd het nummer ‘Bomenstad’ van De Brakke Hond voorgesteld met een heleboel nieuwe ‘boomgedichten’ van dichters uit Vlaanderen en Nederland, waarin ook het Stadsgedicht ‘De Vertelboom’ en mijn gedicht ‘De Venijnboom’.

De venijnboom is een langzaam groeiende plant die 12 tot 20 meter hoog kan worden, en zeer oud. Hij is giftig en de bestanddelen worden al heel lang gebruikt in medicijnen tegen kanker. Van het het hout van de venijnboom werden vroeger bogen gemaakt, én de taxus vind je vaak terug op begraafplaatsen uit de Romantiek.

De venijnboom

Ik, asfaltdandy en fijnbaard, besluip de venijnboom
op de begraafplaats als een zelfmoordenaar, in stilte

groeit deze conifeer het hoogst tot silhouet in de avondkout.
Stoemelings aanbid ik mijn grootste engeling, de oude taxus,

hoewel hij met zijn rode vonken tot magische tentakels mij
meer tot schuchtere angsthaas maakt dan kloekhartig van aard.

(Hoogborstig neem ik kennis: het witte gif dat slapend
vee keelt – of het kind dat zich vergist van oogst.)

Dokters extraheren het vlees tot medicijn voor zuivering,
maar het zal mij, huisduif en lompe botmuil, uitwissen

zodra ik de pitten gulzig en ijdeldarm slik als snoep.
Gezien mijn kozernij onversleten en onafwendbaar is

zijg ik jammerhartig neer tegen de verweerde stam,
de vrucht blaast me als een brandbom op, verlamd.

Deel dit artikel: