Onderstaande column over de laatste verkiezings- overwinning van de Piratenpartei in Berlijn verscheen vandaag in De Morgen.
De Duitse Piratenpartei enterde Prenzlauer Berg en van daaruit Berlijn. Wat eerder als een politieke pretpartij werd afgeschilderd, haalde onverwacht een verkiezingssucces van negen procent in het Berlijnse Parlement. Werden ze eerst weg gelachen om hun paardenstaarten en sjofele kledij, zijn ze nu favoriete bondgenoot van elke verliesmakende partij. Het dedain voor de nerds met de laptop op de schoot maakt plaats voor schoorvoetend toenadering zoeken. In een televisiespotje met enkele minuten artistieke flou maakten ze hun partijprogramma bekend. Je ziet twee lachende homo’s hand in hand door het park wandelen, hun kind uitlaten. Mannen die wiet kopen in wat een dokterskabinet lijkt te zijn. Een meisje dat goedlachs iets uit de printer haalt. Maar dan, in een heroïsch slot met ondergaande zon, zie je een man als een wolkenmeter op een dak een internetrouter installeren. Deze godendaad, het aanbieden van internet voor iedereen, verbeeldt blijkbaar het centrale agendapunt van de splinterpartij.
Het verklaart hun afkomst; ze werken allemaal in wat ‘de internetsector’ heet. Op hun visitekaartjes of twitterprofielen prijken schimmige beroepsgroepen als conversation starter of social media expert. Het is het nieuwe zelfverklaarde knelpuntberoep. Bijna iedereen kan het, vermoed ik. Je moet weten wat ‘netwerken’ zijn, en nog het liefst wat ‘sociale netwerken’ zoals Facebook kunnen betekenen. De Piratenpartij wil immers digitale netwerken uitbouwen om burgers meer bij het bestuur te betrekken, ‘vloeibare democratie’ volgens hen. Het is niet zomaar een Twitterprofiel van de lokale brandweer die je op de hoogte houdt bij stormweer, neen, het wordt een heuse, in pixels opgetrokken website die de kloof tussen burger en politici zal dichten en pleit voor transparantie.
Maar voor de Piraten is het een bruggetje naar Wikileaks, of de downloadsite Piratebay waaruit ze gegroeid zijn. Dat verklaart hun filosofie om gegevens, zoals muziek en films maar ook andere zaken, voor iedereen beschikbaar te maken. Het is een moedige gedachte, iets wat illigaals is toch naar wetten proberen om te buigen. Waar monsterbedrijven vaak uitblinken in stugheid naar ondernemende burgers, vragen die ontwikkelaars net om ‘open data’. Dat je geen proces op zak hebt als je een applicatie voor je collegapendelaars ontwikkelt met gegevens van de nmbs-website, of van de Stad Antwerpen met hun rode Velo-fietsenproject.
Die hele internetgemeenschap, vaak voorgesteld als een gezichtsloze samenleving met eigen ongeschreven regels en wetten, klit intern aan elkaar. Je hebt piratencellen met mensen die over privacy en internetdemocratie debatteren in Zwitserland, Nederland, Bulgarije, Spanje tot zelfs Tunesië. Je moet oppassen; voor je met je ogen hebt geknipperd spreekt een socioloog al over een nieuwe generatie. Waar Berlijnse ontwikkelaars er in slaagden het gemorrel in de marge te laten uitgroeien tot een volksbeweging die in het parlement zal zetelen, zijn de piratendaden in België, waar surealisme toch een nationale topsport is, eerder kleinschalig. Ze hebben wel een website, waar het programma netjes opgelijst staat en je lid kan worden middels participatie en donatie. En, zoals elke partij wel zijn vlaggetjes verkoopt, is er ook merchandising: pins en t-shirts. Voor de federale verkiezingen in 2010 zijn ze roemloos opgekomen. In kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde haalden ze een marginale 0,26%. Maar bij de Belgische afdelingen van elke provincie is de activiteit, offline dan wel online, eerder nihil. Nochtans zou ik me verlekkeren op een bloedstollende strijd bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 waarbij Bart De Wever en Patrick Janssens in Antwerpen de degens kruisen met een piraat die draadloos internet voor elke sinjoor verlangt.
Nochtans zal binnen enkele jaren misschien blijken dat het visionaire moraalridders waren met revolutionaire ideeën over privacy en burgerdemocratie. Is de revolutiekoorts in Noord-Afrika ook niet aangewakkerd via het internet? Eventueel moeten ze hun zeesloep koers laten varen naar de G1000 van David Van Reybrouck om daar hun anker vast te haken in de discussie over burgerparticipatie. Maar voor nu hebben ze iets aaibaars, die Belgische piraten. Met hun ooglapje op maar half op de wereld om zich heen gericht.