Zestien minuten {3}
Laat ons wel wezen: hoe hard ik het me ook probeerde voor te stellen, ik wist niet waar ik aan begon. Anderhalf jaar geleden las ik alle verslagen op de Nederlandse website van ‘De eenzame uitvaart’, ik had het boek van F. Starik meermaals ter hand genomen (De eenzame uitvaart, Nieuw Amsterdam, 2005) en had verscheidene malen contact met Starik tot hij zijn symbolische zege gaf. Die zege was niet van cruciaal belang, maar ik hechtte er toentertijd een grote waarde aan. Het soort delicate project dat ‘De eenzame uitvaart’ is, staat of valt vaak bij de persoon die de dichters begeleidt in hun hachelijke taak en in die zin heeft Starik een integere structuur gecreëerd voor de instant-nabestaande die de dichter is (zonder Bart F.M. Droog te willen schofferen, de geestelijke vader van de Eenzame Uitvaart).
Nu, een jaar en zes eenzame uitvaarten later, kan ik de twijfels en de geruchten die bij aanvang opdoken, de kop indrukken. Het wordt me steeds klaarder waar de taak van de Vlaamse dichter verschilt in die van de Nederlandse, en hoe ik ‘De eenzame uitvaart’ ook over de landsgrens probeerde te teleporteren, de vorm is licht gewijzigd.
Bij de instelling van ‘De eenzame uitvaart’ in Antwerpen op Gedichtendag 29 januari 2009 en meteen het publiek stellen van het eerste verslag en gedicht van Joke van Leeuwen, werd er gegoocheld met het aantal uitvaarten die zonder nabestaanden, vrienden of familie zouden plaatsvinden. Men sprak over vijftig zogenaamde ‘eenzame uitvaarten’ op de vijfhonderd die door het OCMW (de Sociale Dienst) worden verzorgd en vergoed. Dat was in onze ogen een hallucinant en onwaarschijnlijk getal. Ruw geschat stierf er om de week één iemand alleen in onze stad.
Maar het laatste jaar zullen we zeven eenzame uitvaarten hebben verzorgd (vandaag vindt de zevende uitvaart voor meneer M.V.d.B. plaats), maar we zijn nooit helemaal zeker of we ze allemaal hebben gedaan. De begrafenisondernemer stuurt een kort mailtje met gegevens uit het rijksregister en in welke omstandigheden meneer of mevrouw is heen gegaan. In dat geval vermoedt de ondernemer dat het er eenzaam aan toe zal gaan en het een onderonsje wordt tussen de vier dragers, de ceremonieleider en de Dichter van Dienst.
In werkelijkheid zijn het er meer. Veel meer. Soms krijgt de uitvaartleider bericht dat er volk komt, verre afstammelingen, een naaste buur of een moeilijk te bereiken familielid dat op’t laatste nippertje toch gecontacteerd kon worden, maar dan komt er aan het graf plots niemand opdagen. Verloren gegane beloftes. Die eenzame uitvaarten hebben we gemist, maar als de ondernemer met bijna absolute zekerheid de afwezigheid van rouwenden voorspelt schakelt hij ‘de Eenzame Uitvaart’ in.
Spaarzaam zijn de keren dat er bij een eenzame uitvaart nog een thuisverpleegster opdook, of toch een verdwaalde broer of zus of achterachternicht. Maar ook dan prevelde de dichter zijn persoonlijk gelegenheidsgedicht voor de overledene, mits toestemming van de aanwezigen. Eenzaam is soms een ruim begrip.
Elke mens verdient een waardig afscheid. Ongeacht zijn onbekende levensloop, zijn of haar grillig traject dat hem tussen de zes planken bracht, bestaat er een ritueel dat niemand zou mogen uitsluiten. In de dood zijn we allemaal gelijk. Aan het graf vellen we alleszins geen oordeel. Ik ben van mening dat eenieder het recht heeft om te kunnen rusten in de wetenschap dat er een begrafenis, hoe klein of sober ook, is geweest. We zijn geen beesten, we zijn onder elkaar.
Een eenzame uitvaart kruipt altijd in je koude kleren. Van het moment dat het mailtje binnenloopt op mijn computer, tot de vier dragers de kist aan riemen in de kuil laten zakken, ben je in gedachten bij de overledene. In de dood komt iemand nog het dichtst op je vel zitten. In die week bel ik naar het sociale centrum, eventueel een rusthuis of spreek ik de buren aan om de karige informatie die we over de overledene hebben aan te vullen om de hachelijke taak van de dichter ietwat persoonlijker te maken. Wij spelen geen vriend of familielid aan het graf, de dichter acteert niet, maar meestal slaagt hij of zij er in om een waardig saluut te brengen aan een inwoner van zijn stad.
In tegenstelling tot ‘de Eenzame Uitvaart’ in Amsterdam is de Vlaamse adept soberder. Er gaat geen ceremonie aan vooraf, er wordt geen muziek gedraaid, evenmin neemt er nog iemand anders dan de dichter het woord. Dat is niet beter of slechter. De ceremoniemeester orchestreert de dichter en verslaggever in een kleine stoet achter de kist, waarna het gedicht wordt voorgedragen en men groet. In zestien minuten zijn we rond. Zonder een kopje koffie achteraf. Wij maken nooit iets vuil, hoogstens vertrappelen we een kluit gras rond de pas gegraven kuil. In zestien minuten toveren we een mens om tot stof en een stuk papier.
In die zestien minuten ben ik nog het meest medemenselijk, op de wijze die mij het beste past. Als ik met de tram of bus weer naar huis ben gekeerd voer ik de zestien minuten in op de computer en ontstaat er op het scherm een verslag dat een eerbetoon kan zijn. Evenwel is het mijn impressie op de dood, het begraven en onzichtbare mensen in de stad Antwerpen. Je pretendeert iets zinvols te doen, om dan in het ijle te praten.
Die toewijding is nooit een opgave, evenmin een goedkoop gebaar van altruïsme. Ik boek er reizen voor om, breek mijn gedachten erover, drink er meerdere glazen wijn op. Ik klink op elke vrouw of man die in de grond verdwijnt. En steeds hoop ik, staande aan het graf, dat het de laatste keer zal zijn.
Het programma Exqi Cultuur (dat te ontvangen is via de digitale en analoge televisie) maakte de dag voor Gedichtendag een stijlvolle, integere reportage over ‘De eenzame uitvaart‘. Bernard Dewulf en ik geven een stand van zaken van één jaar eenzame uitvaarten verzorgen. Het is te bekijken op www.exqiculture.be, daarna doorklikken op ‘Cultuurjournaal’ en zoeken op datum ‘27.01.2010′.

3 reacties ↓
1 Moniek // 07.02.10 at 14:03
Slechts z e s t i e n minuten???
Met dit berichtje geef je mijn beeld van de warme, hartelijke, de tijd nemende Belgen toch wel een héél ferme knauw.
Wie heeft dat verzonnen? Geen muziek, geen ceremonie, zelfs geen kop koffie achteraf?
2 Maarten // 07.02.10 at 14:19
Moniek, we nemen de tijd, vooraf om het gedicht te schrijven, achteraf voor het verslag.
Maar de uitvaart zelf duurt, jammer genoeg, al bij al een dik kwartier.
3 Dennis // 08.02.10 at 09:50
Mooi stuk, Maarten.
Geef je reactie