Wat onze tong zwart maakt {2}
Onderstaand gedicht is geschreven voor Ferre Grignard, de beruchte Antwerpse blues-zanger van hits als Ring, ring, I’ve got to sing en Drunken sailor. Elk jaar kiest de stad Antwerpen een overleden Antwerpse figuur waaraan ze aandacht besteedt tijdens de 11 juli-viering. Dit jaar koos de stad voor Ferre Grignard. Vanochtend vond op begraafplaats Schoonselhof een hommage in besloten kring plaats waar ik het gedicht
Wat onze tong zwart maakt voorlas, in aanwezigheid van burgemeester, schepenen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Daarna werd een lied gezongen, maar ik kende de tekst niet. ’s Middags ging de hommage verder in Galerie De Zwarte Panter met gastoptredens van Jan Hautekiet & Rick de Leeuw, Christophe Vekeman, Pita en Jokke Schreurs. Ferre Grignard leek overigens sprekend op mijn vader in zijn jonge jaren, alleen bespeelde die de saxofoon.
Het gedicht wordt naar alle waarschijnlijkheid morgen in de Zondagskrant of maandag in Gazet van Antwerpen gepubliceerd. Dus bij het verorberen van je croissants kan je het nog eens nalezen.
WAT ONZE TONG ZWART MAAKT
Voor Ferre Grignard
Ik stel mij u voor, Ferre, – ik mag toch Ferre
zeggen? – nog voor ik de spijlen van de wieg
krom boog, hoe u de mij nu bekende
pleinvrees & laatavondwaaanzin wegzoop,
barrevoets in diezelfde straten, in diezelfde café’s
met namen van dieren & gedrochten: De Kat,
Hypothalamus, De Muze, waar elke ochtend een
maagd luidkeels stierf, achterklap het glas brak.
Ik was er nog niet wanneer u met het loerijzer op
in de hoek van elk slaaphol zat, met kolenhand
minzaam de bluesbaard mat, waarnaast de eigenbouw-
sigaret die als een haak van uw mondhoek hing. Tussen
de dichters met hun gemompel van bedelaars en
gezwalp van taal, hoe ze met tandgeknars de zucht
om ademruimte camoufleerden, liever hadden de
monden trompetten beroerd, de vingers jazz geliefd.
Als de beste kende u de dubbele bodem van de
kroeg, wat onze tong zwart maakt als hij wil zeggen:
laat mij maar struinen, wild & nonchalant, als
zeewier of tuimelkruid, of als vogelverschrikker,
als geen van allen vergaan.

2 reacties ↓
1 Michael Bijnens // 12.07.09 at 03:20
Waar blijft uw hommage aan Berckmans. Of is die er al?
2 max neetens // 13.07.09 at 03:19
“Daarna werd een lied gezongen waarvan ik de tekst niet ken.” Ik zocht hem even voor je op:
Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees’lijk voor hen op.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Wee hem, de onbezonnen’, die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit ‘t oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in’t oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op’s vijands trillend lijk.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Dank mij niet, ik doe het uit liefde.
Geef je reactie