Voor Marcel Van Maele.
Er schuilt een liefkozing in elk van zijn gedichten
wars van de ketter die luid lachend kotst. Is dat
poëzie? vraagt de rebel zich na het schrijven
af, met de vuisten berustend op het tafelvlak.
De vrouw die de telefoon opneemt voor de
blinde fluistervink die de voegen klieft,
zo de splinters van zijn vingers verliest.
Soms droom je maar zo breed als je kan
zien wanneer het leven zich voor je voltrekt
als in een donkere fles van waaruit de dichter,
gebotteld als een dwarse doorn, woest
de ontgoocheling bekankert. Met het gedicht
waarin elke keer een dwarsligger wordt geslacht.
Eva Mouton en ik brachten gisterenavond op het festival Ghent in Cap op de Gentse Feesten met Hanneke Hendrix, Willem Claassen en Dennis Gaens naast eigen werk ook gedichten van Marcel Van Maele, die vrijdag plots kwam te overlijden. Dit gedicht werd geschreven voor Marcel Van Maele. Daarna werd er uitvoerig op gedronken.
Wat onze tong zwart maakt voorlas, in aanwezigheid van burgemeester, schepenen en andere hoogwaardigheidsbekleders. Daarna werd een lied gezongen, maar ik kende de tekst niet. ’s Middags ging de hommage verder in Galerie De Zwarte Panter met gastoptredens van Jan Hautekiet & Rick de Leeuw, Christophe Vekeman, Pita en Jokke Schreurs. Ferre Grignard leek overigens sprekend op mijn vader in zijn jonge jaren, alleen bespeelde die de saxofoon. 

