Work-out {2}
We naderen het winkelcomplex dat als een enorme krater oprijst naast de autosnelweg. Aan de afrit is het drummen om de auto het eerst in een parkeervak te schuiven. Alles wat buiten de stadskern ligt is immers parking, afgewisseld met uit beton getrokken wooncomplexen. Grote, rechthoekige flats die in een rij zijn geplaatst, elk met identieke balkonnetjes, en schotelantennes als witte schietschijven. Elk balkon kijkt uit op de rug van de buurtflat, met ertussen een kleine strook gazon. Vanop je terras kijk je in de slaapkamer van je overbuur. De sociale buurtwerking mislukt, maar de goedwil om alles te delen is er wel.
Voor de winkel, die volgens de Amerikaanse lijfspreek Big is Better tientallen buurtbewoners tewerkstelt (met de lift naar beneden, het gazon en de laan over, is het vijf minuten naar je werk), staan enkele tuinbanken en een voetbal- annex basketbalveld op schaal 1/10. Het gras is van kunststof, de lijnen zijn permanent geverfd en het veld wordt begrensd door hoge hekken tegen verdwaalde ballen. Het is deze sportkooi waar de buurt trots op is. Het is deze kooi die het verschil maakt.
Binnengekomen stokt onze adem. Dit paleis kent winkelgangen als boulevards met elke laan als sportrayon. Straatnaambordjes loodsen geile bezoekers langs de verschillende artikelen. Geregeld fietst of jogt een fanatiekeling door de brede middengang. Van ver hoor je het tikken van de bal tegen een golfclub, naast het mini-zwembad, of het droge ploppen van de automatische ballenwerpmachine op de tennisbaan. Dit is het filiaal voor de nieuwe mens. De mens die op zoek is naar een wedergeboorte, zweert bij mindfulness als relatietherapie en zijn aandelen vergeet bij de aanblik van sportshortjes.
We verzamelen een tenue die bij elkaar past. Niet alleen staan onze logge lichamen er vormeloos in, en slaan we een mal figuur, we voelen ons ook ongemakkelijk bij de gedachte aan sport. De laatste daad als kreupele dieren is de goedkoopste racket uit het rek kiezen, afrekenen en de weg inslaan naar de stad.
Zakenlui rijden af en aan op de binnenplaats, schikken hun das weer recht en nemen bij het binnenkomen steevast woorden als work-out, middaglunch en ontstressen in de mond. Een enkeling verkiest gym boven fitness. Hier heet een visbokaal een squashbox, is eigen flessenwater meebrengen verboden, en dweilen schoonmakers onophoudelijk de vloer droog. Zakenmensen gaan op vrijdag erg hard zweten.
In een vorige eeuw was dit complex een industriegebouw waar nieuwe producten van de band naar buiten rolden. Nu werkt men op een loopband, waarbij de snelheid individueel te regelen valt, zichzelf in het zweet. Bij het buitenkomen voelt men zich ‘herboren’ of ‘een nieuw mens’, aldus het kassameisje. Wij voelen ons echter bedrogen bij het openen van een abonnement, en merken we dat onze kuiten trillen bij het denken aan het woord ‘inspanning’. We krijgen box 4. Ons squashlokaal is een glazen valstrik. De muren komen op ons af.
Achteraf fluiten de zakenlui vrolijke deuntjes vanonder hun waterstraal in de gemeenschappelijke douches. Innerlijk voelen ze zich herboren, bij het stretchen onder het koude water merken ze dat hun lichaam een andere kant kiest. Met onze ogen naar de grond gericht fietsen we huiswaarts.

2 reacties ↓
1 Dennis // 15.03.09 at 13:49
Leuk stukje. Het was overigens een Oostenrijker, die de Mall uitvond, dat embleem van de Amerikaanse ‘groter is beter’-gedachte.
2 Jan // 15.03.09 at 15:36
Je zet het mooi neer, Maarten, al blijft sport natuurlijk een verschrikking.
Geef je reactie