Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

De eerste keer {30}

Het is voorbij, de gedichtendaggekte. De persvoorstelling van de Eenzame Uitvaart is sober verlopen. Ik las het gedicht over Elhassan Ougfa voor, dat de aanleiding vormde voor de Eenzame Uitvaart in Vlaanderen, en het verslag van drie uitgeprinte kantjes. Joke van Leeuwen las het eerste uitvaartgedicht voor J.V.L., de gesloten, ingetogene weduwe die haar laatste jaren in de beperkte perimeter van haar rolstoel doorbracht. Dan las Bernard Dewulf een erg ingetogen, intiem gedicht over een jongen voor, werd het stil, en kwam de koffietafel aan bod. Koffiekoeken en koffie voor iedereen. Ondertussen moest ik nog vragen beantwoorden voor het VRT-journaal (dat u op deredactie.be kan herbekijken), ATV (dat ook op de website kan worden herbekeken), en miste zodus de start van F. Starik zijn prachtige lezing over de Eenzame Uitvaart. Tot slot, wandelden we met geïnteresseerden naar Perk U. Ik kreeg vorige week een mooie brief, in een gelijkmatig handschrift over een eerder voorgevallen Eenzame Uitvaart.
Frans F. bericht daarin over een gewezen collega van hem en tevens familie van Fidel Castro; de oude zeeman Rodolfo Mendez. Rodolfo woonde op een klein appartementje op Linkeroever maar in 2004 kreeg Frans de verjaardagswensen die hij voor Mendez opgestuurd had terug. Rodolfo bleek door een gaslek in zijn kamer langzaam en pijnlijk gestorven te zijn. Op zijn begrafenis waren twee buren aanwezig. Rodolfo was een eenzaat. Fans schreef voor het graf van Rodolfo het gedicht ‘Schoonselhof U 38’: “Rodolfo Quevodo Mendez, maat, / alleen twee zeelui bij je grenenkist: / een Griekse en een Hondurese buur”, waarbij Frans in zijn brief wenst dat het gedicht zijn laatste rustplaats kent in het project ‘de Eenzame Uitvaart’.
Dan waren er nog de ereparken met Van Ostaijen, Elsschot, Berckmans, interviews, koffie, een optreden met Willem van Zadelhoff in de Erfgoedbibliotheek, de uitreiking van de Herman de Coninckprijs, etcetera. Er waren mooie brieven, mensen die vertelden over eerder voorgevallen Eenzame Uitvaarten, en veelvoudig de vraag hoe we dat gingen bewerkstelligen, vijftig eenzame uitvaarten. Ik wil ze allemaal doen, alle vijf à zes per maand. Het kan niet dat we er maar twee van de vier verzorgen, bijvoorbeeld. Want wat hebben die twee anderen misdaan? Vandaag drink ik koffie, koop ik boeken, kijk ik wat De Morgen en Gazet van Antwerpen over de Eenzame Uitvaart schrijven, luister ik de Mekka-uitzending op Studio Brussel en boek ik een reis naar een eiland. Maar ik vergeet niet terug te komen voor de andere eenzame uitvaarten.

Joke van Leeuwen vouwt het papier op en één voor één groeten we een laatste keer J.V.L. Eén van de uitvaartmedewerkers orchestreert ons in een rijtje langs de weide, waarna de drager de assen uitstrooit. De wind doet onze ogen prikken. Aan de overzijde van de weide zie ik dat een andere uitvaart in gang wordt gezet. Het is een dubbelzinnig contrast tussen de stoet van dertig mensen die achter de wagen wandelen, en het rijtje van zes die een Eenzame Uitvaart verzorgen. Wanneer de drager met de lege urne terugkeert lijkt het alsof de wind even een korte opstoot krijgt, het stof uit het gras tilt. In stilte wandelen we terug.

Lees het hele verslag van Eenzame Uitvaart nr. 1 en het gedicht voor J.V.L. door Joke van Leeuwen op www.eenzameuitvaart.be>>


Zie ook:

30 reacties ↓

Geef je reactie

 

Reactie: