Oneindigheid {3}
Ik heb seizoen één van de televisieserie Six Feet Under, over een nogal eigenaardige familie begrafenisondernemers, helemaal gezien, maar weet niet of ik het al kan. De dood op die manier bekijken. Afgelopen maandag moest ik op begraafplaats Schoonselhof zijn voor enkele persfoto’s voor de Eenzame Uitvaart maar door het gekrakeel aan de telefoon stonden de fotograaf en ik elk aan een andere toegangspoort. Voordat ik de fout doorhad en de wandeling door het park aanvatte stond ik te schuilen in een van de gebouwen aan het crematorium waar zich de auditoria om rustig afscheid te kunnen nemen bevinden. Er startte net een uitvaart en ik was voorbereid. Ik zag de begrafenisondernemers op hun best. Tussen ingetogen en alert, maar toch attent, stonden ze in de gangen, de handen achter hun rug gevouwen. Het gebouw had veel ramen, om toch een indruk van licht te wekken, en in het midden van het gebouw bevond zich een tuintje in een soort paviljoen, waar een fontein in de verkeerde richting stond te sproeien. Het water kletterde tegen de ruiten. Alle ramen waren grijs getint, alsof de lucht nooit helemaal blauw of wit mocht kleuren. Je zag de grijze bomen, die erg goed waren in herfst, hun kruin houden ze nooit lang vol. Net voorbij de draaideur stonden de asbakken die nooit werden gebruikt, mensen verliezen ze uit het oog door hun verdriet dat gepaard gaat met verstrooidheid. Elke uitvaartondernemer die langs me liep, knikte betekenisvol en wilde me haast de hand schudden. Mijn jas werd bijna van mijn lijf gescheurd, die moest in de vestiaire, maar ik kon alle vriendelijkheid van me afschudden. Wanneer het volk het auditorium ‘Aster’ was binnengelopen, en ik als enige op de gang bleef staan, durfde de oudere uitvaartleider het eindelijk te vragen. Of hij me kon helpen. Nee, zei ik; ik wacht op iemand. In deze bijenkorf van verdriet wordt er geholpen.
Na een halfuurtje heb ik de fotograaf gevonden, ondertussen is het aan het regenen gegaan en kruipt de koude langs de kieren tussen onze kleren. We maken foto’s aan de lanen met hun rijen treurwilgen. Dat geeft oneindigheid, zegt de fotograaf. Daarna zoeken we nog een half uur naar een beeld dat hij ergens weet staan. Nadat we langs drie perken hebben geslenterd in de zompige modder, ondertussen de gigantische standbeelden en graftombes becommentariërend, vinden we eindelijk het beeld. Het is een naakt meisje in het groen, dat op een grafsteen ligt. Ze omarmt het graf en ligt met het voorhoofd te rusten tegen de steen. Oneindig lang. Voor mij is het de rouwende vrouw die een blik naar binnen tracht te werpen, naar haar dierbare geliefde die is gestorven. Of is de vrouw zelf de gestorvene?

3 reacties ↓
1 Eva // 25.01.09 at 22:33
Schoon stuk. Ik vind het jammer dat ik niet dichten kan.
2 Dennis // 25.01.09 at 22:58
Die grijsgetinte ramen zijn een mooi detail. Ze zijn er op meer plekken. Misschien is er een verband.
3 Elke // 26.01.09 at 09:19
Mooi. De verstrooidheid die met verdriet gepaard gaat en de vergeten asbak.
Geef je reactie