Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

Een ander zijn geluk {8}

Sinds de verwarming stuk ging, is het huis nooit meer hetzelfde. De warmte trekt ijlings uit de kamers, de muren worden koud, de glazen beslaan mat. Druppels condens liggen ’s ochtends op de koude deken, wakker word je van je lip die aan het laken vastvroor. Lichaamsdelen functioneren minder goed, ze krijgen je krakend tot stilstand. De huisbaas roept door de telefoon dat het beter zal gaan, dat er minder druk en lucht in de leidingen zit, en dat je hoog woont. Als je hoog woont, krijg je het koud. Trek nog wat meer truien aan, zegt hij. We sturen iemand, zegt hij. Twee dagen later sta je daar nog, in het midden van de kamer met drie truien aan en twee dekens omgeslagen. Je kijkt naar het kantelraam dat een dik pak sneeuw en ijs draagt, je hoort geen mussen meer, je gaat voor de warme oven zitten waarvan je het deurtje hebt openstaan. De rode gloed krijgt net je wangen warm.
En dan gaat het licht uit, de oven springt af, net zoals de koelkast, het nachtlampje, de koffiezet. Ik hos de trappen af naar de kelder, waar de zekering van één van de twee circuits het begeven heeft. De winterdepressie van het elektriciteitsnet slaat hard terug. Je gaat op een stoel zitten, aan het ene stopcontact waar de huishoudtoestellen rond staan geschaard. De ijskast staat voor de boekenkast, daarop staat de koffiezet, een inderhaast aangesleepte stoof van derdehand komt ernaast, de televisie op de grond. Ik val rillend onder een deken in slaap tijdens de film Een ander zijn geluk van regisseur Fien Troch. Ik denk aan oorlog, en hoe goed het met de mijne gaat. Daar val ik prevelend in slaap; “Ik heb nog een dak,” fluister ik; “ik heb nog een dak.”
’s Ochtends word ik wakker en merk ik dat alles weer werkt, de verwarming draait op volle toeren, de lamp brandt krachtig. Ik trek me kranig recht en vraag me af of ik dit gedroomd heb; de koude, de sneeuw, het duister. Maar wanneer ik de krant uit de brievenbus wil halen, tref ik de krantenjongen dood op de stoep aan, doodgevroren met de krant in zijn hand. Het raam kantel ik volledig open, een pak sneeuw glijdt van driehoog naar beneden en belandt met een plof op de grond. En daar ga ik in het tochtgat zitten, ik ril gelukkig van de koude ochtendlucht die in mijn wangen bijt. De koelkast en koffiezet laat ik nog even voor de boekenkast staan. Ik cultiveer de koude, het ochtendlicht, een ander zijn geluk.


Zie ook:

8 reacties ↓

  • 1 Jan // 14.01.09 at 15:20

    Erg mooi geschreven.

  • 2 Eva // 14.01.09 at 16:27

    De kou die in je wangen bijt; schoon.

  • 3 Dennis // 14.01.09 at 20:15

    Misschien kunnen we die € 250,- die voor Komrij’s ticket zijn opgehaald wel aan het fonds ‘help-dichter-ingels-de-winter-door’ schenken. In mijn oude huis hadden we het voortdurend: een verwarming die het alleen tussen twee uur ’s nachts en tien uur ’s ochtends deed. Volgens de klusjesman die bij het pand hoorde, zat de tijdregelaar op het dak en kon hij er niks aan doen. Hij was een slechte leugenaar.

    Welkom in de stad.

  • 4 Ingeborg // 14.01.09 at 21:36

    Ja, Maarten.

    Fijn weer eens zoiets van je te lezen!

  • 5 Maarten // 14.01.09 at 21:38

    @Dennis Gaans, het is ingHels. En ik cultiveer de armoede alvast.

    @Ingeborg, graag gedaan.

  • 6 Dennis // 15.01.09 at 00:28

    Mes excuses. Snel typen is een kwaal.

  • 7 David Manos Pefko // 15.01.09 at 15:10

    Een prachtig stuk Maarten!

  • 8 Willem // 15.01.09 at 16:37

    Ik hou van huizen met gebreken, vooral als erover geschreven wordt. Alleen heb ik een andere voorstelling (denk ik) van het afhossen van een trap en het einde had voor mij niet zo gehoeven.

Geef je reactie

 

Reactie: