Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

Digitale tijdschriften en de geur van papier {12}

Yra Van Dijk vraagt zich in het NRC-artikel “De kweekvijver is hier een oceaan” af of het internet een antwoord kan zijn op de afnemende rol van literaire tijdschriften waarvan er steeds meer verdwijnen. Wat dan weer het offer van zijn tijd is. Tijdschriften zijn duur om te maken, ze halen een beperkt publiek en er kruipt veel tijd in, in tegenstelling tot het internet waarin je steeds maar ‘drie klikken verwijderd’ bent van een eigen weblog, internetartikel of filmpje. Yra Van Dijk klaagt dat er op het internet nog verbluffend weinig gebeurt op dat gebied. Dat er websites met gedichten in overvloed zijn, weten we. Vaak met een erbarmelijke kwalitatieve content en een stel zuurpruimen die op elkaar kunnen katten. Maar waar blijven de elektronische literaire tijdschriften, vraag Van Dijk. Een tijdschrift impliceert indirect een papieren drager voor mij, een verkeerde definitie volgens haar. Het is “een medium dat met een vaste frequentie verschijnt, met een vaste redactie en waarin met zorg geselecteerd oorspronkelijk literair werk verschijnt, waarvoor bij voorkeur nog betaald wordt.” Dat is een erg mooi schietgebedje. Wat jammer dat de, zogenaamde elektronische, tijdschriften die ze aanhaalt uitblinken in ouderwetse lay-out en fletse inhoud, het tweewekelijkse Meander Magazine en de Gekooide Roos. Wil je gelezen worden is een frisse, leesbare lay-out toch een noodzaak. De nieuwe Meander is een stap in de richting, maar loopt nog steeds uit de mode. Dat het tijdschrift zowat elke zondagsschrijver herbergt, lijkt het, maakt het meer tot een inventaris van wie een pen kan vasthouden, en getuigt niet van een strenge selectie door de redactie.

In een tijdperk waarin de ‘onder-de-kerktorenmentaliteit’ verdwenen lijkt te zijn, is je actieradius bovendien uitgebreid tot aan de landgrenzen, en voor de Nederlandstalige literatuur over de grenzen heen. Je moet ofwel de eerste zijn, ofwel erg vernieuwend zijn in je opzet. Dirk Leyman was de eerste met de leesbare, objectieve weblog De Papieren Man waarop frequent literatuurnieuws wordt gepost, en wordt zowel in Vlaanderen als in Nederland veel gelezen. Wie in de voetsporen van Leyman wil treden, zal erg zijn best moeten doen om zijn bezoekcijfers hoger te krijgen dan die van een website voor de goudvisliefhebber. Aan één Papieren Man is er genoeg. Of je pakt het helemaal anders aan. In de burgerjournalistiek is het eerste kruit nog niet geschoten.

Lezers zijn belangrijk, literaire tijdschriften krijgen meer geld van het Literair productiefonds, maar moeten beter hun best doen om lezers te werven staat in de nieuwe subsidieregeling. Het fonds steekt komend jaar 300.000 euro in de literaire tijdschriften, die al jaren kampen met een ernstig krimpend lezersbestand. En laat een tijdschrift dat geld kost nu net een probleem zijn voor de ‘gratiscultuur’ die heerst. Een cd koop je niet meer; die haal je van het internet, een film kijken in de bioscoop is passé, downloaden bestaat nog steeds. Waarom zou de nieuwe generatie dan voor literatuur betalen? Een internettijdschrift is gratis, zeven dagen op zeven bereikbaar én het haalt mede daardoor meer lezers. Je hebt een redactie nodig die streng selecteert uit de literaire kopij, een budget om je auteurs te betalen en een goede websitebouwer.

Vzw KRAAI maakt i.s.m. Villanella, kunstencentrum voor jongeren, een literatuurwebsite die medio januari online gaat. Geen elektronisch tijdschrift, een website. Kopij van jonge debuterende auteurs in Vlaanderen wordt geselecteerd om te plaatsen en een financiële tegemoetkoming is voorzien. Gerenommeerde schrijvers werken mee en zorgen voor extra lezers. KRAAI hoopt op een frequentie van twee posts per week. Het wordt een online magazine waarin jonge auteurs hopelijk hun weg vinden in de letteren. Tegelijkertijd is dit de vergaarbak waaruit gevist kan worden door de papieren tijdschriften, kranten, uitgevers, … De individuele weblogs van schrijvers worden zo eigenlijk gefilterd en gepresenteerd op een blaadje. Het diafragma op de enorme database van het internet wordt verkleind en de parels drijven hopelijk boven. Toekomstmuziek.

De Contrabas plaatste ondertussen ook al een oproep voor niet eerder gepubliceerd werk en hoopt zo mee de lacune in tijdschriftenland op te vullen. Met de slagzin ‘Wil je dat duizend lezers per dag je gedicht kunnen lezen?’ raak je die gevoelige snaar. De papieren tijdschriften met soms tweehonderd abonnees kunnen onmogelijk opboksen tegen de literatuurwebsites die steeds nieuwer uit de hoek proberen te komen, snel en met de tijd mee. Het online cultuurblad Loewak speelt daarin ook een rol, door soort eigen literaire commune op te starten, met polemieken en beschouwingen dat een ‘postfuturistisch initiatief’ is en ‘een universeel tastbare republiek der letteren in het leven te roepen’ wil. Het is wachten op literatuur die op Facebook ontstaat. Personages die in een online community ontstaan, dialogen die gevormd worden.

Papieren tijdschriften zouden meer werk op websites moeten plaatsen. Commentaar, beschouwingen en uitgebreide archieven van hun nummers (zie De Brakke Hond). Online weblogs zouden papieren uitlopers moeten hebben (zoals er een bloemlezing wordt gepland, gedestilleerd uit de literatuurwebsite van KRAAI & Villenella). Zo archiveert het papier het internet, en zou het omgekeerd ook meer moeten gebeuren. Maar al deze republieken der letteren wegen niet op tegen de geur van inkt en letters. Daarvoor wil ik nog steeds een pleidooi houden. Papier verdwijnt niet zomaar. Neen, geef mij dan maar de boekenkast boven de pixels.


Zie ook:

12 reacties ↓

  • 1 saskia // 15.12.08 at 18:58

    met name dank voor die laatste regels; er gaat niets boven een boek. en ja, een tijdschrift kan niet anders dan uit papier bestaan, digitaal zou het iets worden van een tijdnet, schrijfweb of verzin maar iets, maar noem het geen tijdschrift.

    overigens worden hier geen cd’s en/of films gedownload. ze bestaan dus nog, dat soort mensen.

  • 2 Sylvie Marie // 15.12.08 at 21:24

    ‘Dat het tijdschrift zowat elke zondagsschrijver herbergt, lijkt het, maakt het meer tot een inventaris van wie een pen kan vasthouden, en getuigt niet van een strenge selectie door de redactie’

    tss, maarten, je bent ook wel erg blij met je interview in Meander zo blijkt. Hilarisch dat we eerst nog aan je twijfelden en dat ook Komrij Meander leest.

    Dat niet alles even goed is? Ik verzeker je dat dat bij Kraai ook zo zal zijn, zeker als je twee posts per week wilt brengen.

    Ons aller Lies Van Gasse zette Meander nog op de achterflap van haar debuutbundel, bij jou komt het blijkbaar op de zwarte lijst.

  • 3 Chrétien Breukers // 15.12.08 at 22:00

    God, dat ik me ooit nog in een discussie zou mengen… maar toch. Even.

    Sylvie Marie zegt “Dat niet alles even goed is (bij Meander, neem ik aan, CB)? Ik verzeker je dat dat bij Kraai ook zo zal zijn, zeker als je twee posts per week wilt brengen.”

    Dat is een rare aanname. Op de Contrabas staat elke dag iets, en de kwaliteit is altijd hoog.

    Vorig jaar, bijvoorbeeld, hebben we 52 keer een gedicht van de week gebracht en 1 maal per week internationale poëzie op Stanza: 2 maal per week goed werk, en altijd ook nieuws dat ook echt nieuw is, itt dat nieuwsachtige spul uit Meander.

    Verder vind ik je stuk, en nu richt ik me tot Maarten, wel aardig, zeker waar je – terecht – een lans breekt voor de relatie tussen boek en digitaal. Je vraagt je af: “Waarom zou de nieuwe generatie dan voor literatuur betalen?” – en dat is inderdaad het kernprobleem, dat door een aantal van de websites die je noemt niet echt beantwoord zal gaan worden.

    mvg Chrétien

  • 4 Maarten // 15.12.08 at 22:02

    Beste Sylvie, ik ben een trouwe lezer van Meander, maar wordt iets te weinig verrast. Ik ben zeker Meander dankbaar, net zoals ik Lies Van Gasse zo heb gelezen (naast Ingeborg Klarenberg, Dennis Gaens, etc), maar soms ontbreekt mij een duidelijke lijn of schifting. Maar met een inventaris is in sé dan ook niets mis.

    (en er staat dan ook duidelijk: ‘lijkt het’, en dat bewijst alleen maar hoevéél dichters jullie herbergen)

    Niets staat op de zwarte lijst bij mij, ik denk dat bovengenoemde voorbeelden dat vertellen. Ik lees alles en geef enkele opmerkingen.

  • 5 Dennis // 16.12.08 at 10:50

    Leuk stuk Maarten! Deze was alleen te erg: Het diafragma op de enorme database van het internet wordt verkleind en de parels drijven hopelijk boven. Al moest ik er wel weer hartelijk om lachen.

  • 6 Dennis // 16.12.08 at 11:16

    Yra van Dijk was trouwens de tweede lezer van mijn scriptie, waar jouw weblog dan weer in besproken wordt. Het zijn allemaal cirkels, die wereld.

  • 7 Dennis Daniels // 16.12.08 at 11:33

    Het is in deze woelige tijden fout om naar het buitenland te kijken en de Vlaamse of Vlaams-Nederlandse identiteit achter ons te laten, maar het lijkt me toch nuttig in dit geval.
    Er is een nieuw tijdschrift ontstaan onder de vleugels van Hamish Hamilton, een oude Britse uitgeverij. Ik moet hier beginnen met te vertellen dat het vele gevestigde waardes herbergt en vaak grote namen op hun covers zet. In die zin schiet het deze discussie voorbij omdat er weinig ruimte voor debutanten of “jonge honden” is. Er zal ook geopperd worden dat dit een verdoken medium is voor reclame en dat kan ik niet ontkennen, noch bevestigen.
    Ondanks deze ‘mankementen’ vind ik dit toch een degelijks iets. De lay-out is erg leesbaar, aangenaam zelfs, er wordt voldoende afgewisseld met tekst en grafiek en overkoepelt altijd een thema waarin het geheel past.
    Het lijkt me een prima initiatief om “laagdrempelig” (moest dat nodig zijn) een nieuw publiek te bereiken met nieuw talent en oude waardes. Waarom springt een Nederlandstalige uitgeverij niet op zo’n initiatief? Ik kan me voorstellen dat een gedegen redactie wat geld kost en laat ons zeggen dat twee tot drie mensen toch een dag of 2 per week met dit project bezig zou moeten zijn, maar het resultaat lijkt me navenant: een parlephone voor zij die het nodig hebben.

  • 8 Sylvie Marie // 16.12.08 at 14:14

    Laten we vooral bij onze leest blijven. Ik ben bij Meander coördinator van de ‘nieuwe dichters’, dichters die nog geen bundel hebben en meer nog, die ook voor de Meanderlezer nog nieuw zijn. Dat is dus een grote groep ‘zondagsschrijvers’ waarbij wij er maar liefst drie keer in de twee maanden één iemand uit willen halen die volgens ons toch talent heeft. Er moet trouwens ook telkens een interview bij, dus de mens in kwestie moet ook nog wat te vertellen hebben.

    Ik heb het dus niet over ‘n gedicht van de week waar mensen als Van Strijtem en Wijnberg eens een gedichtje leveren en ik heb het ook niet over het ‘nieuws’ dat op onze site gepost wordt.

    Omdat Kraai ook vraagt om ‘Kopij van jonge debuterende auteurs in Vlaanderen’ gaf ik de waarschuwing dat ook af en toe de bal eens misgeslagen kan worden. Het is een straffe job om talenten te vinden, maar ik doe het gelukkig graag. Er zijn al veel van onze ‘nieuwe’ mensen gelanceerd bij uitgeverijen.

    In ieder geval heb ik van Maarten begrepen dat hij het niet zo kwaad bedoelde, dus laat ik het er hier ook bij. Het is niet mijn gewoonte om onder blogs te discussiëren.

    Groetjes,
    Sylvie

  • 9 Rob de Vos // 16.12.08 at 14:37

    Ik ben op de geur afgegaan. Vroeg me namelijk af waar die vreselijke stank vandaan kwam. Ik kon het bijna niet geloven, maar het was toch waar.
    Chrétien Breukers verspreidt zelfs hier de afzichtelijke stank van zijn eigenroem.
    “Op de Contrabas staat elke dag iets, en de kwaliteit is altijd hoog.”
    En dan: ‘Vorig jaar, bijvoorbeeld, hebben we 52 keer een gedicht van de week gebracht”. Is waar, maar dat kon de Contrabas doen omdat ze er subsidie voor kregen. Met geld lukt alles.
    En ook nog “1 maal per week internationale poëzie op Stanza”. Is waar, maar internationale poëzie is als bron dan ook onuitputtelijk
    Hoe anders is het bij Meander. Uit de schaarse hoeveelheid Nederlandstalig dichttalent kiezen we de beste. En dat zonder enige subsidie.
    Natuurlijk loop je als samensteller regelmatig de kans op je bek te gaan en teveel te zien in dat wat nader bekeken niet genoeg voorstelt. Maar dat maakt zo’n dichtersrubriek juist interessant.
    Het is veel minder gemakzuchtig dan met subsidie gedichtjes inkopen van gevestigde dichters.

  • 10 Maarten // 16.12.08 at 14:46

    Dit artikel had niet als opzet de betere literatuurwebsite eruit te pikken (al dan niet Meander of Contrabas), maar om af te toetsen hoe er een lans kan worden gebroken tussen papier en internet.

    Overigens zijn Meander of Conrabas van opzet zeer verschillend, dus qua appelen met peren vergelijken kan dit tellen.

    En Rob de Vos; “met geld lukt alles”? Ik denk dat in bovenstaand artikel een aantal websites vermeld staan die zonder geld ook veel uit de kan halen of haalden (zonder afbreuk te doen aan Meander!).

    Hartelijk,

  • 11 Rob de Vos // 16.12.08 at 15:45

    Met geld lukt alles, maar met weinig geld kan ook wel wat worden bereikt. Dat is zeker, Maarten. De Papieren Man is een goed voorbeeld. Toch ligt er, organisatorisch gezien, nogal wat verschil in het schrijven van een weblog met nieuws en het vinden en op een interessante manier presenteren van dichttalent. Zoals Sylvie al beschrijft, kost dat nogal wat tijd en energie. Het vraagt ook de samenwerking van meerdere vrijwilligers via internet, en ik kan je verzekeren dat dit niet altijd even eenvoudig is.
    Het is altijd gemakkelijk om van langs de lijn te roepen dat anderen het niet goed doen, maar het jarenlang draaiende houden van een website die nieuwe dichters presenteert is nog wel even wat anders.

    In je artikel, Maarten, heb je het ook over de vormgeving van Meander die “uit de mode” zou zijn. Nu ben ik de ontwerper van die vormgeving (en iemand die een hekel heeft aan mode, al ontkom je er natuurlijk nooit helemaal aan). Ik wil bepaald niet zeggen dat Meander het toppunt van webdesign is. Maar de vormgeving is functioneel. Naar mijn mening vraagt vooral de presentatie van gedichten een zo leeg mogelijk scherm. Dus vooral minimal design. Op dat punt zou ik de nieuwe site nog wel wat willen verbeteren. Ook op andere punten kan er best nog wat verbeterd worden.
    in het algemeen vind ik dat opmaak niet te nadrukkelijk aanwezig moet zijn. In feite zou je de opmaak niet eens mogen opmerken. Het is net zoals met kruiden in het eten: die moeten de smaak versterken zonder dat ze opvallen.
    Je hebt als websitemaker altijd te maken met allerlei wensen en eisen (neem bijvoorbeeld advertenties op de site en links naar de verschillende onderdelen van de site), die een compromis op het punt van vormgeving nodig maken en al snel voor een te vol scherm zorgen.
    Verder geldt dat we werken met vrijwilligers met altijd te weinig tijd en daarom is het niet mogelijk elk artikel op een eigen manier vorm te geven (zoals bijvoorbeeld wel mogelijk is bij een dure glossy op papier). Daarom moet je gebruik maken van een voor een bepaalde tijd geldende standaardopmaak die niet voor elke tekst even mooi zal uitpakken.
    Dus ook op het punt van opmaak geldt dat het gemakkelijker is om kritiek te hebben, dan om iets moois in elkaar te zetten.

    Zoals Sylvie ook weet hebben we in de loop der jaren al heel veel medewerkers gehad, die al binnen een paar maanden vertrokken. Gewoonlijk omdat ze dan inmiddels tot de, voor hun tamelijk ontstellende, ontdekking waren gekomen dat er daadwerkelijk gewerkt moet worden om een e-zine in elkaar te steken.

  • 12 David Manos Pefko // 27.12.08 at 17:12

    Toch gaat er niets boven een tijdschrift ‘op papier’

    Dan heb je iets in handen.

Geef je reactie

 

Reactie: