Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

De korte omloop (fragment) {6}

“Voordat ik op dit bureau belandde speelde ik in reclamespotjes, gemiddeld drie keer per week,” zei ik; “ik was hondsbekend, maar toen ging het weer mis.”
Katja zei dat ze geen televisie had en keek verder voor zich uit.
“Er komt een feest aan,” zei Alec toen hij de doos met nieuwe orders tegen de fotokader op mijn bureau zette waardoor hij met een harde plof omviel. Ik werkte nog maar een week op Het Bureau ter Vereenvouding van Zaken maar wist al dat Alec voor geen haar te vertrouwen was. De perforator die ik hem had uitgeleend kreeg ik stuk terug en de verf aan de punt van mijn fotokader was al afgebladerd doordat hij er steeds met zijn orderdozen tegenaan knalde.

Iedereen had hetzelfde IKEA-bureau staan met daarop een witte computer, een zwart IKEA-schrijfblad, een IKEA-perforator en een IKEA-pennenkoker. Na mijn sollicitatie had mijn baas, die ik meneer Vanheuren mocht noemen, gevraagd of ik een cactusplantje of een fotokader verkoos. Ook van IKEA.
“Deelt u vaker geschenken uit,” vroeg ik.
“Het is niet de bedoeling dat iedere werknemer zijn huiswaar naar het bureau leurt,” zei meneer Vanheuren; “wij voorzien een cactusplant of een witgelakte fotokader ter bevordering van de werksfeer en het uniforme karakter van onze dienst.”
Ik zei dat ik de fotokader verkoos, aangezien planten verzorgen niet mijn ding was en de cactus me zou afleiden van mijn werk. Op maandag kon ik beginnen en bij het binnenkomen zag ik overal witgelakte kaders met gesneuvelde hoeken doordat Alec zijn orderdozen steeds op dezelfde kleine bureautjes plempte. We werkten op Het Bureau ter Vereenvouding van Zaken met zes mensen. Katja zorgde voor de verwerking van de binnengekomen orders, Eric praatte erg veel maar wat hij deed was erg onduidelijk, Cindy vergeleek de orders met gegevens uit het archief, Alec sorteerde de orders en smeet ze in dozen op elk bureautje en onze zesde collega tikte gegevens in de computer maar van hem wist niemand zijn naam omdat hij nooit sprak. Na drie dagen wist ik dat niemand erg snel maar ook niet erg traag werkte, en dat iedereen zijn lunchpauze correct en binnen de toegestane uren nam. Na vijf dagen en een kapotte perforator had ik een handig schemaatje uitgetekend over hoe het werken op Het Bureau ter Vereenvouding van Zaken beter kon gaan en stak ik het in de fotokader die vooralsnog leeg was gebleven. De rest van die vrijdag keek ik naar de kader met het schema in en vroeg me af of ik niet beter de cactus had genomen, tot Alec met zijn doos tegen de fotokader knalde, hij met een luide plof omviel en riep dat er een feest aankwam.

Ik had nog nooit zo’n lullige collega’s gehad. Zelfs bij de televisie waar het overdadig cultiveren van je eigen ego een pluspunt was, liepen er aardigere holbewoners rond. Het bedrijf bij wie ik liep waarschuwde me wel voor de korte omloopperiode van mijn functie aangezien de Actieve Televisiekijker me beu zou geraken. Ik wist niet wat een Actieve Televisiekijkers was en vroeg mijn toenmalige baas erover uit.
“Wat is een Actieve Televisiekijker, Bert,’ vroeg ik. Het bedrijf had op de teambuildingsdagen geleerd iedereen met de voornaam aan te spreken, dat deed de zaken vlotter lopen. Bert rolde wat met zijn ogen, zuchtte vier keer en zei dat ik mocht gaan.

Reclamespotjes doen was erg simpel. Bij autoreclames moest ik in de gloednieuwe auto stappen waarna een stand-in het van me overnam en het hindernissenparcours reed. Ikzelf mocht nooit rijden. Voor de zuivelproducten moest ik met een depressieve hondenblik in de lens kijken waarna een vrouw, die mijn vrouw speelde, me een yoghurtje gaf. Ik kapte het goedje in een slok achterover waarna ik lachend in de lens moest kijken, waarbij de vrouw, die mijn vrouw speelde, me om de hals viel. Achteraf retoucheerde de regisseur er nog een geheimzinnig laagje licht bij, waardoor ik radioactief leek te stralen, maar voor de Actieve Televisiekijker betekende het dat ik was genezen. Ik kreeg een enorme voldoening van het werk dat ik deed, aangezien ik de nagelnieuwe producten voor de Actieve Televisiekijker testte en hen woordloos vertelde dat de snufjes veilig én gezond waren. Nadat drie maanden waren verstreken en ik ook de waterdichte schoenen in een waterbassin had getest, met mijn fictieve kinderen cake van cakebeslag bakte en met de vrouw, die mijn vrouw speelde, deed alsof ik sliep in een waterbed, spraken mensen mij op straat aan over de auto’s, yoghurtjes en schoenen die ik getest had en moest ik het bedrijf verlaten. Het was net zo gegaan als in de schoenenverkoop, in de import van exotische handelswaar en als badmeester. Ik kende nog niet iedereen bij naam of kreeg mijn depressieve hondenblik nog maar net onder de knie; ik mocht verdwijnen. Mijn gezicht kende een korte omlooptijd.

Fragment uit het kortverhaal “De korte omloop”


Zie ook:

6 reacties ↓

  • 1 Eva // 27.10.08 at 18:26

    “Deelt u vaker geschenken uit,” vroeg ik.

    Haha, dit is echt zeer grappig. Vooral omdat er geen vraagteken staat. Dat maakt het echt zo droog. Ik moest luidop lachen. Goed stuk, goed stuk.

  • 2 Dennis // 27.10.08 at 19:09

    Ik steek de duim van mijn vrije hand omhoog!

  • 3 Jan // 28.10.08 at 06:37

    Mooi stuk, Maarten. Bij het reclamespotje over yoghurt kreeg ik een Bill-Murray-in-Lost-in-translation-gevoel. Dat had ik nooit eerder.

  • 4 maarteninghels.be | CJP-kortverhalenwedstrijd // 28.10.08 at 12:01

    [...] met als belangrijkste regel tussen de 900 en 2400 woorden te blijven. Mijn kortverhaal: “De korte omloop” zit bij de beste 20 van de 340 inzendingen en zodus mag ik naar een Masterclass (ik kan [...]

  • 5 Roezemoezen // 28.10.08 at 22:29

    ‘Mijn gezicht kende een korte omlooptijd’…

    Briljant!

  • 6 Willem // 29.10.08 at 09:36

    Prachtig stuk. En wederom in de prijzen. Het ga u voor d’n wind! Terecht, denk ik.

Geef je reactie

 

Reactie: