Het volk is weg. Er staan nog wat flessen op tafel en de bloemen zijn alweer verwelkt door het gestommel van passanten. Je voelt in je vingers nog het trillen waarmee je ’s middags de doos hebt opengescheurd. Toen je telefoon kreeg dat de man met zijn busje was langsgeweest, ging je extra hard in de pedalen staan. Nooit ging het verkeer zo traag, sprongen alle lichten zo vaak op rood, of leek het straateinde plots te ver weg. Pas wanneer je met een stanleymes de doos onstuimig opensnijdt, en de twintig bundels uit de doos glijden, met identieke marineblauwe streepjes, weet je wat het is; schrijven. Je weet dat je er nooit aan wilt wennen. Ergens ploft een kurk en je telefoneert een vriend; dat het zover is, dat ze er zijn. De eerste die je signeert is onwennig, bij de derde loopt het al vlotter, en bij de zevende denk je al aan de achtste. Mijn bundel ligt overigens niet op de Boekenbeurs, gezien de wet ter bescherming van de boekhandel die zegt dat een boek voor oktober uitgegeven moet zijn om op de beurs te mogen liggen. Dat neemt niet weg dat er zowel in Vlaanderen en Nederland fantoomzaken als boekenwinkels bestaan met aardige helpdeskmedewerkers die de bundel voor u wel willen bestellen.
Een schrijfster vertelde me eens dat ze na haar debuut met de doos auteursexemplaren naast haar bed sliep. Zo’n vaart liep het niet. ’s Avonds zet je de overige bundels op een kluitje in de boekenkast. Je kijkt er even naar, en denkt: Nou, dit is dus zo’n dag.
Tumult, Sandwich-reeks nr.17 , Van Gennep, is binnenkort te koop of te bestellen in de boekhandel in Vlaanderen en Nederland. Een bundelpresentatie wordt gehouden op maandag 17 november in de Permeke bibliotheek te Antwerpen. Een uitnodiging volgt.

Tegen tien uur druppelden gestaag de aanwezigen binnen, acht mensen, en met René, Edith en Simon maakte dat elf. Er was een schriel mannetje, dat later erg sacrale gedichten bleek te schrijven, en twee vrouwen die bijna nooit schreven, en nog een Yoeri die wel iets deftigs op papier durfde te zetten, maar over het algemeen zaten we vooral met niet-schrijvers bijeen. Overigens is de workshop van maandag geschrapt, wegens de matige interesse. Vandaar ook dat ik na twee dagen Demian/Vinkenoog er nog wel een derde, erg vroege, zondag aan wilde breien, om zo toch nog aan tien mensen te geraken die zich op krukjes en stoelen rond het bureau van Simon Vinkenoog wilden scharen. Hondsvroeg was het, om de tien minuten jankte een tram door de bocht en begon het raam te trillen, maar toch was het erg aangenaam. Simon strooide met citaten (o.a. J. Huizinga, Homo Ludens en zijn eigen “Goede raad is vuur”), waardoor het geheel toch een soort ernst over zich heen kreeg waarvan je in godsnaam ging smeken dat het geen zondagochtend was. Vinkenoog was het trouwens die 
