Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

Scenario I waarin ik Tamara volgens afspraak leer kennen {10}

Haar vlezige dij komt het eerst in mijn blikveld, rozig en enigszins overweldigend deint het alle kanten uit. Het heeft volledig vrij spel in het veel te korte rokje van jeans. Zowel de dij als de jeans hebben hun beste tijd al gekend. Niet alleen vertoont de dij kleine littekens van jeugdpuistjes, niet gedoofde sigaretten en striemen van een uit de hand gelopen dieet, van achter de grote kist komkommer en sla – een veld vol groen – steken haar rozige armen ook fel af. Ze heeft het aanzien van een ronde bakkersvrouw uit een gouden tijd, een paar eeuwen terug. Op haar hoofd draagt ze een soort van kanten mutsje dat strak over de schedel geknoopt zit. Ze heeft rode plastic hakjes aan, in een kleur die pijn doet aan je ogen, en waarin haar voeten waanzinnig hard knellen, bedenk ik me, bij het zien van het vlees dat zich een weg uit het plastic wilt banen. Ik ril door de airco die boven onze hoofden koele lucht blaast. Ze heeft er waarschijnlijk geen last van, met haar kanten mutsje. Ze lijkt mij een kolossale afstammeling van het melk-en-bloed-type, redelijk groot en evenredig breed.


Hoewel ze – met de afgesproken winkelmand; gevuld met een tomaat, een pak jonge kaas en een fles rode (!) wijn – daar enigszins schaapachtig naar me staat te gluren, lijkt ze mij erg aandoenlijk. Ik bedenk me dat het haar ogen moeten zijn, die mijn blik van de korte dikke nek afleiden naar haar pupillen die gekadreerd liggen in haar spleetvormige oogkassen. Ze heeft iets Oosters. Iets à la chinoise, maar tegelijkertijd ook iets oer-Hollands. Ze kon een melkmeisje zijn, zo weg gelopen uit een Vermeer. Dat flitst allemaal tumultueus door mijn hoofd, in die luttele minuten dat ik daar lullig met een identiek gevuld boodschappenmandje sta, eveneens gevuld met een tomaat, honderd gram jonge kaas en een fles Zuid-Afrikaanse rode wijn.

Toen mijn buren mij van de codetaal vertelden, en daarmee hun hele liefdesnestje uit de doeken deden, had ik ze lachend weg gewoven.

- Iemand met jonge kaas gaat voor jonge brokken.
- Oude kaas is voor oude mannen. Simpel.
- Fruit, dat is voor homoseksuelen. Ga nooit met een mango bij de fruithoek staan, want dan ben je geflashed.
- Wat ben je?
- Geflashed. Gepakt. Gespot. Je hebt je ja-woord gegeven, er is geen weg meer terug. Als vliegen op rot fruit komen ze achter je aan.
- Witte wijn is voor een korte afspraak, bulderde mijn buurman verder.
- Rode is voor de stabielere types. Maar je weet maar nooit. Rudi had twintig jaar geleden ook een fles witte wijn in zijn mandje liggen, ik rode. En kijk, hij loopt hier nog steeds. Haha.

Alsof Rudi de woorden van zijn vrouw kracht bij wilde zetten, liep hij in een paar berenpassen door de kamer. Rudi kon amper door de deur met zijn brede schouders en hoge rug. Handen als kolenschoppen en een neus als een heuvel. Nooit gedacht dat hij zo een plastic geval als winkelmandje in zijn vuisten kon houden. Ik had Rita en haar man Rudi weg gelachen. Ik woon nog maar een week in de kamer naast hen, door de dunne muren had ik al twee maal de vuisten van Rudi horen bonken. Op de muur, niet op Rita. De pleister komt langs mijn kant eraf schilferen.

Nu sta ik zelf in het warenhuis waar ik weken lang het hele systeem, met alle gebaren en afgesproken codes, heb opgemerkt en opgeslagen. Ik heb deze wereld volledig onder de knie. En nu sta ik er zelf, met in mijn linkerhand een mandje dat al plakt van het zweet uit mijn handpalm. We zien elkaar, zij en ik. We begrijpen stilzwijgend de code. Op dat onverwacht moment word ik hevig verliefd op de vlezige dij, de rozige armen en de korte dikke nek van het mongooltje. Tamara.


Zie ook:

10 reacties ↓

  • 1 Dennis // 13.06.08 at 15:32

    Het zwierderige van jouw taal dat in je gedichten goed werkt, zit me hier een beetje dwars. Het komt maar langzaam op gang. Op het einde lijkt het tempo mij meer te behagen.

  • 2 wouter // 13.06.08 at 15:33

    voor mij loopt het snor.

    tis wel vermeer die je bedoelt, denk ik.

  • 3 Dennis // 13.06.08 at 15:33

    Die opsomming vind ik overigens briljant. Al moet ik toegeven dat ik zelf erg van oude kaas (en roggebrood) houd. Zou het de kleine Nederlander in mij zijn?

  • 4 maarten // 13.06.08 at 15:37

    @Wouter; foutje, aangepast.

    @Dennis: Dat kan kloppen, van die zwierderige taal. Het zijn soms nogal ellenlange zinnen.

  • 5 Marie // 14.06.08 at 03:29

    @Dennis en Maarten: niet enkel ellenlange zinnen, maar ook de dictatuur van het adjectief. Een vervelend beestje, want te veel schrappen is ook maar niets.

    Maar ‘melk-en-bloed-type’ noem ik het mooiste woord van deze vrijdag de dertiende. (al las ik het gisteren ook al)

  • 6 Soet // 14.06.08 at 11:06

    ik vind het knap

  • 7 Groef // 14.06.08 at 11:44

    Ik had nog maar weinig tijd genomen om hier te komen lezen, dat verandert bij deze.
    Ik vind het een prachtig beeld, en woordsoort-dictaturen of correcte zinlengtes daar ken ik niets van, voor mij past het wel.
    Misschien lees ik anders, misschien weet ik weinig, ik houd hiervan.

  • 8 maarten // 14.06.08 at 13:41

    Dank aan Marie, Soet en Groef voor de feedback. Nu kan ik er misschien nog verder aan sleutelen.

  • 9 Saskia // 14.06.08 at 16:51

    na twee keer lezen moet ik zeggen dat ik vooral het einde erg verrassend vind. (dikke ipv dike nek?)

    toch een aantal schoonheidsdingetjes die voor mij de schwung uit het lezen halen.

    Zowel de dij als de jeans hebben hun beste tijd al gekend.— hier kun je ‘al’ wel missen denk ik.

    waarin haar voeten waanzinnig hard knellen, bedenk ik me, bij het zien van het vlees dat zich een weg uit het plastic wilt banen.— wilt = wil of lees ik verkeerd?

    Hoewel ze – met de afgesproken winkelmand; gevuld met een tomaat, een pak jonge kaas en een fles rode (!) wijn – daar enigszins schaapachtig naar me staat te gluren, lijkt ze mij erg aandoenlijk.— ‘daar’ lijkt een overbodig woord in deze regel. het beeld heb je inmiddels duidelijk naar voren gebracht.

    zo zijn er nog wat dingetjes in het taalgebruik die me opvallen maar ik weet niet in hoeverre dat toch het verschil is tussen ‘hier en daar’.

    Ik heb bovenstaande regels er uitgehaald om aan te geven waarom het voor mij lijkt alsof je je hier te makkelijk van hebt afgemaakt. Aan je poëzie besteed je volgens mij meer aandacht dan aan je stukjes proza. en dat is jammer want het zijn leuke en goede stukjes.

  • 10 maarten // 14.06.08 at 18:05

    Dag Saskia, bedankt voor je uitgebreide reactie. Vreemd dat ik na honderd keer overlezen fouten als ‘dike’ niet zie. Verder waardeer ik je kritiek die zeker terecht is. Bij mijn weten mag zowel wil als wilt, de laatste is de formelere vorm. Dankje

Geef je reactie

 

Reactie: