Zaterdag was het die beruchte finale waarin acht finalisten streden om een plaatsje in de top drie. Het was warm en zweterig weer. We kregen eten in een glazen kubus, met een ondergaande zon boven de skyline dus dat maakte weer veel goed. Niet dat er op dat moment al veel goed te maken viel. Misschien de doorloop. Het leek wel televisie. Het loopje van de trap af, de volgspot die je – jawel – volgt, lachen naar de camera, door de klimtouwen van de boxring kruipen, struikelen, een microfoon aannemen en start. De camera loopt. Al bij al ging dat prima, dat loopje op de trap in de Permeke-bibliotheek. Ze hebben daar een mooie trap voor een loopje, eentje in een trage bocht met grote treden. En dan de volgspot in je olijke gezicht. Ja, dat loopje maakte de avond wel. Ook de Nederlanders van productiehuis Oost-Nederland waren in hun nopjes. De boxring was voor de gelegenheid KBC-blauw, ze kregen een Vedettje of vijf en iedereen was mee met het loopje.




