Maarten Inghels

Maarten Inghels is dichter en schrijver. Zijn poëziedebuut 'Tumult' verscheen in de Sandwich-reeks onder redactie
van Gerrit Komrij Lees verder »

brief aan Leger van de Troost {8}

Beste Leger van de Troost,

Ik heb lang getwijfeld bij het schrijven van deze brief. Maar bij een goed (of groot, zo je wil) glas rode wijn doe je wel eens gekke dingen. En bij rode wijn denk ik algauw aan Reve. En bij Reve denk ik ongewild aan jou. Dat ik bij Gerard Reve ook aan homoseksuelen en de Dood denk is een misplaatst neveneffect dat ik er graag bij neem.
Ik vrees dat ik nooit uitvoerige reacties gaf op berichten, niet dat het een noodzaak is, maar wel een welwillendheid. Toegeeflijkheid, of vriendelijkheid. Zoals in; ‘ik lees’, en dan vooral; ‘ik lees je.’ Wel, dat is dan met deze brief in één klap opgelost.

De dag dat ik verjaarde opende je bericht met een ogenschijnlijk vrolijk opstapje uit Suske en Wiske, de bollebozen die dromen van tijd en ruimte te doorbreken en daar ook mooi in slagen. Zo een teletijdsmachine zou misschien een handig technologietje zijn in deze tijden, maar ook vooral voor ongein zorgen. Maar we vragen ons allemaal wel eens af in wat voor een wereld of tijd we zijn beland. Maar dan.
Je bekent dat je leven in een zekere onverschilligheid aan het glijden is. Niets erger dan dat. Toeval wil of niet, dat ik op 12 februari, in het beantwoorden van enkele vragen die je binnen enkele weken zeker kan lezen, onverschilligheid een enge ziekte noemde. Dat ik het jammer vind als iets me niet beroert, dat het me onberoerd laat, dat het niet boeit. ‘Wanneer het boeit, is het goed,’ zou een mooi onderschrift kunnen zijn bij mij. Alhoewel ook dat te nuanceren valt.
Deze gelijktijdigheid der gedachten, wat ik altijd een aangename gedachte vind, over de onverschilligheid zou ook een oorzaak kunnen zijn tot deze brief. Ik wil iedereen wel behoeden van onverschilligheid.

Nu kom ik tot een heikel punt. Het punt dat ik conclusies poneer die wel eens als een tang op een varken kunnen slaan. Of hoe men het Leger van de Troost niet mag verwarren met realiteit. Wel nu, die onverschilligheid merk ik licht op. Niet dat dit me tegenstaat, dat dit een verwijt of berisping is, neen. Eerder een soort ongerustheid. Dat er weinig of niets iemand scheelt, is immers een kleine aandacht waard. Dat Pierre naar Berlijn is, samen met mijn Josie (ja, sta mij toe ook nieuwe personages te introduceren), dat Candy repeteert, dat Tisse vertrekt, zorgen, volstrekt normaal, voor een zekere leegte. Wist je trouwens dat Pierre en Josie het gehad hebben over de relationele perikelen van eerstgenoemde? Ze was in goede handen.
Maar leegte zorgt voor blues, daar had ik het over.

‘I’m feeling good, my heart is made of wood, I’m not alone,’ zingt Bonnie ‘Prince’ Billy. Zulke houtdagen zouden wat meer mogen voorvallen. Niet zomaar eelt op je hart, maar een volledig houten harnas. Want de blues geraakt overal door. Met een excuus van een afwezige liefde, met de lange winter, met de natte hondsdagen. En vooral; met de afwezigheid van een alternatief.
Een alternatief is niet altijd voor handen. Ik bied geen oplossing aan, ik schets misschien gewoon graag de dingen. Verzamel net zo goed objecten als andermans blues. Misschien ben ik bluesgeil, of soms blouse-geil, of misschien ken ik die blues maar al te goed. Laten overwaaien is soms de enige remedie.

Ik stop hier voor ik het helemaal te bont maak. Ik vraag me nog één ding af; hoe breed is het niemandsland tussen Het Leger van de Troost en de naam waarmee je op mijn berichten wel eens reacties ondertekent? En een laatste opmerking; als je achter je naam de –t zet, krijg je wel erg nare dingen.

Mijn warmste groeten,
Het Leger van de Wanhoop-niet,
Maarten.

http://hetlegervandetroost.blogspot.com/


Zie ook:

8 reacties ↓

  • 1 Dennis // 18.02.08 at 16:45

    Je schrijft ietwat warrige doch mooie brieven. Sowieso leuk, brieven. Meer brieven voor de wereld!

  • 2 Dries // 19.02.08 at 05:06

    Meer brieven zouden inderdaad een goede zaak zijn voor de wereld. Mijn wederbrief staat heden online.

  • 3 Soet // 19.02.08 at 23:46

    Echt een mooie brief van een vriend voor een vriend.
    En nu samen knikkeren…

  • 4 Dries // 20.02.08 at 00:12

    Zal eens in de kelder kijken of daar nog enige smurfen en vissen te vinden zijn. (Zijn knikkerbenamingen streekgebonden?)

  • 5 Dennis // 20.02.08 at 09:30

    Blijkbaar. Hoewel ik smurfen wel ken. Vissen, zijn dat die met die sliertjes in het midden?

  • 6 Dries // 20.02.08 at 12:57

    Inderdaad. Maar bij jullie heten die dus Sliertjes? Waar is überhaupt bij jullie? Voor hetzelfde geld wonen we in dezelfde straat. Alles is mogelijk in blogland. Alles!

  • 7 Soet // 20.02.08 at 18:14

    wij hadden bolleketn (met een dik West-Vlaams accent) van die hele grote, jullie ook?
    en smurfen, zijn dat die mini’tjes?

  • 8 Dennis // 21.02.08 at 11:41

    Het was iets met ogen, eenoog, tweeoog, afhankelijk van het aantal sliertjes. Smurfen waren blauwe knikkers, met die vlekken. Grote knikkers heetten ketsers, of megaketsers. Zoiets. Verder hadden we nog olieknikkers en spikkels.

    Toen was ‘bij ons’ nog Nederlands Limburg. Nu is ‘bij ons’ Nijmegen. Hoe knikkers hier heten weet ik niet.

Geef je reactie

 

Reactie: